vrijdag 17 december 2010

De keerzijde van de witte medaille

Waarde Redactie,

Met enige verbazing en lichte ergernis las ik het opiniestuk “Netwerken in de jeugdbeweging” (DS, 14/12). Hoewel het niet te ontkennen valt dat de jeugdbeweging overwegend blank, Vlaams en middenklasse is, zijn er gelukkig ook uitzonderingen op deze regel. Chiro Mengelmoesh in de multiculturele wijk Rabot in Gent, waar ik met veel trots en vreugde leiding geef, pleit niet voor diversiteit. Nee, want ze ís diversiteit.
Toegegeven: onze zeskoppige leidingsploeg beantwoordt ook voor het overgrote deel aan het clichébeleid van jeugdleid(st)ers. Onze leden, daarentegen, zijn een grote brok aan verscheidenheid. Allochtone kinderen uit de middenklasse, autochtone kinderen uit de lagere klasse, kinderen uit armoedesituaties en uit problematische opvoedingssituaties,… you name it, we’ve got it.
Wij kiezen zeer bewust voor deze diversiteit en doen er alles aan om Chiro Mengelmoesh voor elk kind zo toegankelijk mogelijk te maken. Wij vragen geen lidgeld, maar in de plaats één euro per activiteit, waarvoor ze om vier uur een hapje en een drankje krijgen. Een kamp van vijf dagen kost bij ons 35 euro. Deze (belachelijk) lage prijzen zorgen ervoor dat Chiro Mengelmoesh voor iedereen toegankelijk is, maar heeft tevens tot gevolg dat we, nadat onze containerlokalen in de vernieling zijn geholpen door vandalen, geen geld hebben voor nieuwe, dat we het moeten doen met een beperkt assortiment aan materiaal en dat we onze inkomsten voornamelijk uit subsidies halen.
Diversiteit ís niet makkelijk.  Onze leden zijn niet op hun mondje gevallen, licht ontvlambaar en niet van de gemakkelijkste. Maar de voldoening als leiding is groot. Het gevoel dat je deze kinderen de kans kunt geven om zich in een gecontroleerde omgeving te ontspannen, hen kansen kan geven die ze anders mogelijk niet zouden krijgen (zoals op kamp gaan) en  hen tegelijk leert samenspelen in groep (en dus sociaal functioneren in een andere context), werkt ongelooflijk motiverend. Het besef dat wij als Chiro een verschil kunnen maken voor deze kinderen zorgt ervoor dat je als leiding zin hebt om er elke keer opnieuw te staan, om elke keer opnieuw een activiteit voor te bereiden.
Er is dus wel degelijk diversiteit in het jeugdwerk, en ik ben er van overtuigd dat het op veel grotere schaal kan, maar dan moet er door Chiro-, Scouts-, KSA- en alle andere leidingsploegen heel bewust voor gekozen worden. En dat gebeurt helaas nog veel te weinig.

Charlotte Van Doren,
leidster van Chiro Mengelmoesh, Gent-Rabot


Noot: dit is een lezersbrief die ik naar de redactie van De Standaard heb gestuurd. Het artikel waarop ik reageer, kan u vinden op http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=U333I57N&word=jeugdwerk

zaterdag 27 november 2010

Contradictio in terminis

" 'Daily' lijkt een mix te worden van sensatie en kwaliteit" was de in het oog springende quote van een artikel in De Standaard van 22 november over "The Daily", de eerste krant die enkel op een tablet te lezen zal zijn. Opmerkelijke marktpositionering, vond ik dat, want volgens mij is een krant die sensatie probeert te combineren met kwaliteit net zoiets als een bedrijf dat een lagekostenstrategie probeert te combineren met een differentiatiestrategie: gedoemd om te mislukken.

Een vat vol verloren vrienden

Of waarom Facebook meer kan zijn dan nutteloos tijdverdrijf

Een paar weken geleden viel een brief van mijn middelbare school in de bus. Dat ik vijf jaar afgestudeerd was, en daarom schriftelijk en hartelijk uitgenodigd op de oud-leerlingenavond. Al ben ik met een groot deel van mijn toenmalige vrienden ondertussen (enkel en alleen) bevriend op het sociale netwerk der sociale netwerken, toch voelde ik de nood niet om hen te zien. Uiteindelijk, het is toch niet omdat je het wel en wee van elkaars leven virtueel kunt volgen, dat je elkaar ook echt iets te vertellen hebt, wel?

Begin deze week viel er een bericht in mijn virtuele Facebook-postbus. Van het meisje dat zowat zes jaar mijn aller-, allerbeste vriendin geweest was, in een tijd waar ik nog wel eens melancholisch en licht verlangend aan terugdenk. Het bericht was gericht aan mij en enkele andere lieden van onze na ons afstuderen al snel verloren gegane vriendenclub. Of iemand van ons naar de oud-leerlingenavond kwam? Nadat een aantal mensen een overtuigend “ja!” het wereldwijde web hadden ingestuurd, zette ook ik – enigszins twijfelend – de stap en bevestigde mijn komst.

Zo kwam het dat ik gisteravond, licht zenuwachtig en erg benieuwd, de weg die ik zo vaak met mijn rugzak gelopen had opnieuw aflegde, op weg naar de mensen van toen, alsof het weer maandagochtend kwart na acht was.
Het werd een gezellige avond, een avond vol “wat doe jij nu?”, “wist je al dat?”, “weet je nog toen?”, “wat is het lang geleden”. Een avond waarin werd gezegd dat het nu geen vijf jaar meer mocht duren, een belofte waar misschien, hopelijk aan gehouden gaat worden. Een avond waarin heel misschien de kiem is gelegd voor iets (op)nieuws, al zal het nooit meer zo zijn als vroeger, zelfs niet bijna.

Maar we hebben elkaar weer gezien. We kenden elkaar nog, zijn niet volledig uit elkaars leven verdwenen. En om heel eerlijk te zijn, vind ik dat een fijn gevoel. Dat een stukje verleden nog bestaat. Dat verloren niet helemaal verloren hoeft te zijn.
Met dank aan het virtuele vriendenvat.

zaterdag 6 november 2010

De mirakelen der wiskunde

Oeps. Een klein rekenfoutje in De Standaard van dit weekend. In een artikel over de broer van voormalig Frans minister van Justitie Rachida Dati stond te lezen: “Toch eigenaardig: het gezin Dati telt elf kinderen, vier jongens en zes meisjes, en eigenlijk is het alleen met Jamal echt fout gelopen.” Vooral eigenaardig dat het tegenwoordig mogelijk is dat een kroost van elf bestaat uit vier zonen en zes dochters. De mirakelen der wetenschap? Weinig waarschijnlijk. Maar ach, dacht ik, het is maar een detail, en een eindredacteur is ook maar een mens.
Lichte verbazing en irritatie dan ook toen een stukje verder in de tekst er nog steeds vier zonen waren, er enkele zinnen verder werd gesproken over zes dochters… en twee alinea’s later er nog steeds elf kinderen bleken te zijn. Gekke familie, die Dati’s.

woensdag 3 november 2010

Instant verliefdheid

Een halfuur puur geluk. Een aaneenschakeling van momenten van (niet geheel onverwachte) schoonheid. Alsof hij en ik daar alleen waren. Het gevoel dat hij alleen voor mij zong. Het waanbeeld dat hij alleen naar mij keek. Tot het applaus.

Het besef. Er is ook nog publiek. Want dit is een concert.
In de Hoogpoort in Gent, in het kleine keldercafé Abacho, brengt hij – nu eens hyperactief rondspringend, dan zacht en breekbaar – zijn nummers voor ons. Ik heb het hier, lieve lezers, over
Arne Vanhaecke. Wat een zanger. Wat een schrijver. Wat een jongen. 

Een optreden dat zweeft tussen heerlijk onnozel en ongelooflijk intiem, tussen begeleid door handgeklap je keel openzetten en met je ogen dicht zachtjes meezingen. Een optreden met teksten als pure poëzie en eenvoudige, heerlijke muziek om volledig bij weg te dromen. Een optreden zoals er veel meer zouden moeten zijn.

Als u, beste lezer, ook dringend nood hebt aan een dosis dopamine:
www.myspace.com/arnevanhaecke. U zal mij dankbaar zijn.

dinsdag 2 november 2010

Kannibalisme bij de openbare omroep?

Redelijk onbegrijpelijk, als je ’t mij vraagt. Steeds luider klinkt de laatste jaren de roep naar meer kwaliteit op de openbare omroep, terwijl tevens de nodige besparingen steeds harder worden. Personeelsafvloeiingen, minder zelfgemaakte programma’s en minder geld voor die programma’s die wel in eigen huis geproduceerd worden zijn hiervan de ‘logische’ gevolgen. Is het in dat opzicht dan niet bizar dat de openbare omroep de kijker zonder video- of dvdrecorder dwingt een keuze te maken tussen kwaliteitsprogramma’s?
De nieuwe documentairereeks “
God en klein Pierke” met Martin Heylen, waarvoor de verwachtingen hooggespannen staan, heeft op een doodgewone dinsdagavond Canvasconcurrentie van achtereenvolgens het derde seizoen van de alom geprezen reeks “Plat préféré” en de nieuwe reeks “De vormgevers”, waarvan de eerste twee afleveringen door critici zeer gesmaakt werden.
Het is alles behalve ondenkbaar dat er kijkers bestaan die zich voor alle drie van deze programma’s interesseren, en het is doodjammer – zowel voor deze kijkers als voor de openbare omroep en hun kijkcijfers – dat deze mensen een keuze zullen moeten maken.
Wat de redenering achter deze beslissing is, kan ik met de beste wil van de wereld niet bedenken, maar het logische gevolg wel: het ene programma zal kijkers wegsnoepen bij het andere. Kannibalisme, noemen economisten dat.

maandag 1 november 2010

De WWW van het bloggen: deel 1

In het artikel “Why I blog”, dat de ervaren blogger Andrew Sullivan schreef voor “The Atlantic”, geeft hij zijn persoonlijke visie op het bloggen en haalt hij een aantal elementen aan waarin dit moderne fenomeen volgens hem fundamenteel verschilt van de traditionele, geschreven media. Aan de hand van een aantal quotes probeer ik de essentie van de tekst te analyseren. Waar slaat hij de nagel op de kop? Welke uitspraken hebben mij aan het denken gezet? Een overpeinzing in vier delen.

DEEL 1: Panta Rhei: de oneindige en immer uitdeinende grenzen van een blogpost

“Alles stroomt”, mijmerde Herakleitos in de 6e eeuw voor Christus, waarmee het doelde op het constant proces van verandering waaraan het universum en alle dingen erin onderhevig zijn. Deze gedachte kan eenvoudig doorgetrokken worden naar vandaag want ook het universum dat het Internet vandaag is – de virtuele wereld is een wereld op zich geworden – en de pagina’s, teksten, afbeeldingen en woorden erop, zijn voortdurend in beweging.
Websites worden gebouwd, pagina’s gecreëerd, links toegevoegd, teksten aangepast, woorden geschreven. Een blogpost hoeft niet an sich te veranderen om te veranderen. Ook wanneer er op de pagina’s waarnaar de tekst linkt iets verandert, kan dit een tekst veranderen. Immers, de inhoud van deze ‘verbonden’ pagina’s bepaalt – voornamelijk voor de diepgravende lezers, die daadwerkelijk interesse hebben in meer dan het oorspronkelijke artikel – mee de context waarin en het perspectief waarmee een lezer een tekst leest. Of om het met de woorden van Sullivan te zeggen: “its [i.e van een blogpost] borders are extremely porous”.
Later in de tekst komt Sullivan terug op het belang van hyperlinks en schrijft hij: “But the superficiality masked considerable depth – greater depth, from one perspective, than the traditional media could offer. The reason was a single technological innovation: the hyperlink.” Biedt een blogpost meer diepte dan een old-fashioned papieren artikel? Of is het eerder een ander soort diepte?
In mijn ogen is het eerder dit tweede. De diepte die een traditioneel kranten- of weekbladartikel biedt, komt voort uit het diepgravend onderzoek dat aan het schrijven van dit artikel vooraf is gegaan, uit de zorgvuldige informatieselectie van de auteur, uit het wikken en wegen van zijn woorden alvorens ze op papier te zetten. Een blogpost, daarentegen, biedt lezers de mogelijkheid om – via links en het lezen van lezerscommentaren – meer te weten te komen dan in de oorspronkelijke tekst stond. De diepte van een blogpost, met andere woorden, is een diepte waar de online lezer voor kiest, en die hij zelf creëert.
Welke diepte het meest waardevol is? Dat mag u zelf beslissen.